Netcongestie

Het wordt steeds drukker op het stroomnet. Dit kan soms leiden tot netcongestie. Maar wat is dat eigenlijk? En wat merk je ervan? Lees het op deze pagina.

Zo werkt netcongestie

De huizen in Nederland zijn aangesloten op het elektriciteitsnet. Zet je een apparaat aan, dan ‘reist’ de stroom over het elektriciteitsnet naar jouw huis. Als je zonnepanelen hebt gebruik je een deel van je eigen stroom. Maar op niet-zonnige momenten haal je je stroom ook van het elektriciteitsnet.

Daarnaast hebben de meeste huizen in Nederland een gasaansluiting. De laatste jaren zijn steeds meer Nederlanders gaan koken en verwarmen met stroom in plaats van gas. Dit heeft veel voordelen, want het zorgt voor minder CO2-uitstoot én is goedkoper voor jezelf. Maar het elektriciteitsnet is eigenlijk niet gebouwd om zo veel stroom tegelijkertijd over het net te laten reizen.

Hierdoor kan er op sommige momenten een soort ophoping ontstaan. Bijvoorbeeld aan het begin van een winteravond, als de inductiekookplaat aangaat, de warmtepomp verwarmt, de vaatwasser draait, de tv aanstaat en de elektrische auto opgeladen wordt. Dit noemen we afnamecongestie. Of juist op een zonnige zomerdag, als er veel stroom wordt opgewekt door zonnepanelen, maar niet al die stroom direct in huis of in de wijk wordt gebruikt. De piek op het stroomnet is dan te hoog. Dit noemen we opwekcongestie. In beide gevallen is de piek op het stroomnet dan te hoog: netcongestie.

Netcongestie: dit kun jij merken

Waarschijnlijk zul je voorlopig nog niet veel merken van netcongestie. In een paar situaties krijg je er wel mee te maken.

Zonnepanelen schakelen soms af

Als je zonnepanelen hebt, dan kan het zijn dat je omvormer afschakelt. Dan heb je een klein beetje minder zonnestroom (1 tot 2 procent per jaar). Daar heeft naar schatting 7 procent van de mensen met zonnepanelen mee te maken. Het is niet slecht voor je zonnepanelen. Je kunt dit tegengaan door meer van je eigen zonnestroom direct in huis te gebruiken (opent in een nieuw venster).

Aansluitpauze in delen van Utrecht en in Amsterdam 

Wanneer je een zwaardere stroomaansluiting aanvraagt, kan het zijn dat het langer duurt voordat de aansluiting gemaakt kan worden. In delen van de provincie Utrecht en in Amsterdam (opent in een nieuw venster) is dat het geval vanaf 1 juli 2026. Wil je in die regio’s je aansluiting verzwaren, dan kom je na de aanvraag op een wachtlijst te staan. Elk half jaar wordt gekeken of de stop nog nodig is.

Vragen over een zwaardere aansluiting

Hoe weet ik welke aansluiting ik heb? Elke woning heeft een aansluiting op het stroomnet in Nederland. De 'zwaarte' van de aansluiting zegt iets over hoeveel stroom er op een bepaald moment afgenomen kan worden. Dit wordt uitgedrukt in het aantal fasen (eenfase of driefase) en de hoeveelheid ampère (25 of 35).  

  • Woningen van voor 2011 hebben een eenfaseaansluiting met de varianten 1x25A en 1x35A 
  • Woningen van na 2011 hebben een driefaseaansluiting, 3x25A 

Als je meer stroom wilt kunnen afnemen, dan is het soms nodig om je aansluiting te verzwaren. Bijvoorbeeld van 1x25A naar 3x25A. Het is verstandig advies in te winnen bij een installateur, die weet of in jouw situatie verzwaring noodzakelijk is. Verzwaring vraag je aan bij de netbeheerder in jouw regio:

De netbeheerder voert vervolgens de verzwaring uit. 

Om uit te zoeken welke aansluiting je hebt, kan je deze opties proberen: 

  • Check de website van jouw netbeheerder en vraag gegevens op voor jouw adres. Kijk bij je netheerder of je het kunt opvragen
  • Kijk in je meterkast of je een symbool van eenfase of van driefase ziet. 
  • Als je ‘3x230/400V’ of ‘3x380/400V’ op je meter ziet staan, dan weet je zeker dat je een driefaseaansluting hebt 
  • Als je een hoofdschakelaar hebt, dan kun je kijken naar het aantal ‘polen’. Heb je er twee, dan heb je een eenfaseaansluiting. Heb je er vier, dan heb je een driefaseaansluiting

Het verzwaren van de aansluiting van eenfase naar driefase is soms nodig als je meerdere apparaten die veel stroom vragen, op exact hetzelfde moment wilt gebruiken. Bijvoorbeeld als je een laadpaal voor de elektrische auto, een all electric warmtepomp én een inductiekookplaat allemaal rond het avondeten wilt gebruiken. Als je de auto op een slim moment oplaadt, bijvoorbeeld in de nacht, dan kan een eenfaseaansluiting voldoende zijn. Een installateur kan je hierover adviseren.

  • Een hybride warmtepomp kan zonder problemen op een 1x25A-aansluiting
  • Een all electric ready-warmtepomp kan ook zonder problemen op een eenfaseaansluiting. Dit is handig als je je isolatie nog op orde wilt brengen of als je moet wachten op een zwaardere aansluiting 
  • Een all electric warmtepomp kan in een kleine, goed geïsoleerde woning op een 1x35A-aansluiting, als je grote pieken in je stroomverbruik voorkomt
  • Een inductiekookplaat kan, als hij daar geschikt voor is, werken op een eenfaseaansluiting. Hij zal dan niet alle kookzones tegelijk op vol vermogen kunnen zetten, maar dat komt in de praktijk ook weinig voor 
  • Een elektrische auto kan worden opgeladen met een eenfaseaansluiting. Het laden duurt dan wel iets langer. Op een eenfaseaansluiting kun je maximaal een 3,7 kW-laadpaal installeren Daarmee laad je thuis een elektrische auto in tien tot twintig uur op

Is de wachttijd voor de aansluiting korter dan vijf jaar? Dan kun je een hybride warmtepomp met extra vermogen nemen (all-electric ready) en overschakelen als de aansluiting verzwaard is. Dat doe je door een voorraadvat bij te laten plaatsen en de cv-ketel af te laten koppelen. Zo wordt de warmtepomp omgebouwd naar een volledig elektrische warmtepomp. Intussen kun je je huis nog zuiniger maken met extra isolatie en betere ventilatie.   

Is de wachttijd langer dan vijf jaar? Dan kun je beter eerst een hybride warmtepomp kiezen. Als je aansluiting later zwaarder wordt kun je kijken of je de hybride houdt of overstapt naar een volledig elektrische warmtepomp.  

Tip: Gaat je cv-ketel kapot voordat je aansluiting zwaarder is? Huur dan tijdelijk een cv-ketel. Zo zit je niet meteen nog vijftien jaar vast aan aardgas. Zodra je aansluiting zwaarder is, kun je overstappen op een volledig elektrische warmtepomp.  

Nieuwe woonwijken krijgen soms geen aansluiting 

Nieuwe woonwijken kunnen soms nog niet aangesloten worden op het stroomnet. In Utrecht gaat een groot deel van de geplande woningbouw nog door maar is er voor de rest van de plannen ook een aansluitpauze. 

Er zijn werkzaamheden bij jou in de buurt

Ook zul je het merken als er bij jou in de wijk aan het net wordt gewerkt. Denk aan:  

  • Graafwerkzaamheden om het net te verzwaren  
  • Het plaatsen van nieuwe transformatorhuisjes  

Deze werkzaamheden zijn heel belangrijk om ervoor te zorgen dat het stroomnet blijft werken. Zo kunnen we ook in de toekomst gewoon onze apparaten blijven gebruiken.  

Kan ik mijn huis nog wel verduurzamen?

Het is nog steeds aan te raden om zonnepanelen te nemen. Door netcongestie kan het gebeuren dat omvormers van zonnepanelen uitvallen. Hierdoor verlies je iets van de opbrengst op de piekmomenten. Tot nu toe gebeurt dit nog maar bij een klein gedeelte van de zonnepaneelbezitters. En dan gaat het nog maar om gemiddeld een paar uur per jaar. Dit komt wel steeds meer voor, omdat er steeds meer zonnepaneelbezitters zijn.

Maar het grootste gedeelte van de tijd werken je zonnepanelen wel gewoon en leveren ze je groene stroom. Wel zijn er bepaalde dingen die je kunt doen:

  1. Verbruik meer stroom van je panelen direct in huis. Stroom die je zelf gebruikt, hoef je niet te kopen van het energiebedrijf. Daarom is het slim om bijvoorbeeld de vaatwasser aan te zetten als de zon schijnt. Bekijk alle tips op de pagina Meer zonnestroom zelf verbruiken (opent in een nieuw venster).
  2. Leg je zonnepanelen in oost-westopstelling, als dat mogelijk is. Dit zorgt ervoor dat ze stroom goed verdeeld over de dag opwekken, in plaats van in één keer heel veel.
  3. Kies voor de omvormer met een vermogen dat kleiner is dan het totale vermogen van je zonnepanelen. Een omvormer met een lager vermogen slaat bij weinig zon eerder aan. Hierdoor zal je eerder en later (‘s ochtends en ’s avonds) stroom opwekken. Je verliest wat op de piekmomenten maar in totaal blijf je evenveel opwekken.

Het is nog steeds aan te raden om een elektrische auto te nemen. Het laden van de auto kost veel stroom. Maar als je slim kiest op welk moment je de auto oplaadt, voorkom je extra druk op het stroomnet.

Elektrische auto’s hebben bij het opladen in korte tijd veel stroom nodig. Bovendien wordt een groot deel van de auto’s op hetzelfde moment van de dag opgeladen. De meeste elektrische auto’s worden nu ’s avonds opgeladen. Dat is dus op hetzelfde moment als ook de lampen, televisie en wasmachine aanstaan. Laad een elektrische auto liever overdag op tussen 9.00 en 16.00 uur, of ‘s nachts tussen 21.00 en 7.00 uur. Dan vermijd je de drukte op het stroomnet. En op die momenten is het aandeel van duurzaam opgewekte stroom groter en de vraag naar stroom lager. Ook wordt de vraag naar stroom daarmee verspreid over een langere periode.

Je maakt het makkelijker voor jezelf door gebruik te maken van slimme apparatuur. Hiermee wordt het laden automatisch gestuurd op basis van de prijs van elektriciteit, het aanbod van (duurzame) elektriciteit of de belasting van het stroomnet. Lees meer over slim laden (opent in een nieuw venster).

Het is nog steeds slim om een warmtepomp te nemen. Een hybride warmtepomp (opent in een nieuw venster) of een all-electric ready warmtepomp kan altijd. Wil je een volledig elektrische warmtepomp kopen? Zorg er dan eerst voor dat je huis goed geïsoleerd is. Dan heb je minder stroom nodig om je huis te verwarmen. Laat bij een volledig elektrische warmtepomp een installateur jouw woonsituatie bekijken en vertel ook of je in de toekomst nog meer grote elektrische apparaten wilt aanschaffen. 

Tips voor het kopen van een volledig elektrische (all-electric) warmtepomp:

  1. Let op genoeg kracht (vermogen)
    Koop een warmtepomp met het juiste vermogen. Niet te groot, maar sterk genoeg om je huis ook op koude dagen warm te houden. Dan heb je geen elektrische naverwarmer nodig. Die naverwarmer gebruikt veel meer stroom.
  2. Koop een warmtepomp met loadbalancing
    Met loadbalancing kunnen warmtepompen automatisch minder hard draaien op piekmomenten waarbij veel stroom wordt afgenomen (bijvoorbeeld bij het koken) om grote pieken van stroomverbruik te voorkomen.
  3. Kies de juiste soort warmtepomp
    Een bodemwarmtepomp gebruikt minder stroom dan een standaard lucht-waterwarmtepomp. Je moet wel een (dure) bron kunnen laten maken in je tuin.
  4. Zet er een buffervat bij. 
    Een buffervat kan warmte opslaan. Zo kan de warmtepomp op rustige momenten vast warmte opslaan en genoeg warmte geven als je het nodig hebt. 
  5. Maak je verwarming beter.  
    Met vloerverwarming, grotere radiatoren of ventilatoren op je radiatoren kan de warmtepomp makkelijker werken. Dan gebruikt hij minder energie.
  6. Houd de temperatuur bijna gelijk
    Zet de thermostaat ’s nachts hooguit 1 of 2 graden lager dan overdag. Als het huis veel afkoelt, moet de warmtepomp harder werken. Dat kost meer stroom. 
  7. Verwarm water op slimme tijden.
    Gebruik een tijdklok voor het voorraadvat met warm water. Zet het zo dat het water warm wordt als er veel groene stroom is en buiten de drukke uren, dus overdag tussen 10.00 en 16.00 uur (met zonnepanelen kun je dan je eigen zonnestroom gebruiken) of ’s nachts tussen 21.00 en 7.00 uur. 
  8. Neem op tijd contact op met je netbeheerder als je een zwaardere aansluiting nodig hebt.

     

Bekijk ook deze pagina’s voor meer informatie: 

(All-electric-ready) hybride warmtepomp

Slim verwarmen met een warmtepomp 

Checklist warmtepomp kopen en installeren 

Lagetemperatuurverwarming (ltv)

Hoog-, midden- en laagspanningsnet

In Nederland heb je verschillende stroomnetten: het hoog-, midden- en laagspanningsnet. Deze verschillende netten zijn met elkaar verbonden via transformatoren. Die transformatoren verhogen of verlagen de spanning. Doordat de netten allemaal op elkaar aangesloten zijn, beïnvloeden ze elkaar. Netcongestie op het hoogspanningsnet kan er toe leiden dat er ook het midden- en laagspanningsnet niet genoeg stroom krijgen.

Op dit moment speelt netcongestie voornamelijk op het hoog- en middenspanningsnet. Hierop zijn grootverbruikers aangesloten. Denk aan bedrijven die veel energie nodig hebben, zoals fabrieken en glastuinbouw. 

Als huishouden ben je aangesloten op het laagspanningsnet. Hier zijn de problemen minder groot, maar ook hier komen ze in sommige wijken voor. Dat komt doordat de problemen op het hoog- en middenspanningsnet nu ook voor druk zorgen op het laagspanningsnet. 

In Nederland gaan we de komende jaren steeds meer stroom gebruiken. Dus de kans op netcongestie wordt voor huishoudens (laagspanning) steeds groter. Daarom werken de overheid en netbeheerders hard aan oplossingen voor deze problemen. Zo krijg jij zo min mogelijk last van netcongestie.

Niet in elke regio hetzelfde

Op het laagspanningsnet verschilt de kans op netcongestie per regio, en zelfs per wijk. Op de meeste plekken op het laagspanningsnet is nog ruimte. Maar op enkele plekken begint het krapper te worden. Vooral huishoudens in de provincies Gelderland, Utrecht en Flevoland krijgen er op korte termijn misschien last van. In deze provincies is de ruimte op het hoogspanningsnet beperkt en moet dat net verzwaard worden. Het kan daardoor langer duren voordat je de juiste aansluiting krijgt. Want soms heb je een zwaardere stroomaansluiting nodig. Bijvoorbeeld als je 1x25 Ampère hebt en voor installatie van een warmtepomp 3x25 Ampère nodig hebt.

Dit gebeurt er om het stroomnet te versterken

Inmiddels wordt er al veel gedaan om problemen op het stroomnet te voorkomen. 

Netverzwaring: Dit is de belangrijkste maatregel. Netverzwaring zorgt ervoor dat er meer stroom tegelijkertijd door het stroomnet heen kan. Hiervoor wordt op veel plekken gegraven. Dat gebeurt onder andere via een buurtaanpak. Daarin breiden netbeheerders buurt voor buurt het stroomnet uit. Dat doen ze op de plekken waar ze knelpunten verwachten of zien ontstaan. Ook bouwen ze extra transformatorhuisjes voor het verbinden van het laagspanningsnet met het middenspanningsnet. 

Verspreiden verbruik grootverbruikers en opslag: Voor grootverbruikers van elektriciteit (grote bedrijven) wordt het steeds normaler dat zij een contract krijgen voor flexibel stroomgebruik. Zo is er minder piekbelasting. Daarnaast komt er steeds meer slimme software die de apparatuur van grootverbruikers kan sturen. In de toekomst wordt er waarschijnlijk ook veel stroom opgeslagen. Bijvoorbeeld in grote batterijen.

Aanpassingen wetgeving: Er zijn veel regels voor netbeheerders, maar die regels zijn wat verouderd. Hierdoor sluiten ze niet goed aan bij de praktijk. Daarom zijn bijvoorbeeld de Elektriciteitswet en de Gaswet vervangen door de Energiewet. Ook andere regels voor de netbeheerders veranderen. Dat zijn zogenoemde codes, die de Autoriteit Consument & Markt (ACM) vaststelt. 

Energiehubs: Binnen energiehubs werken bedrijven én soms ook huishoudens samen. Ze willen hun verbruik, opslag en opwek op elkaar afstemmen. Hierdoor gebruiken ze minder van het landelijke elektriciteitsnet. Zo kunnen ze de piekbelasting verlagen. Er zijn al een paar energiehubs in Nederland, en dat gaan er meer worden.

Beter inzicht in knelpunten: Netbeheerders krijgen per wijk steeds meer zicht op het verbruik van huishoudens. Hierdoor kunnen ze steeds beter vooruitkijken en problemen voorkomen.

Warmtenetten aanleggen: In sommige wijken worden warmtenetten (opent in een nieuw venster) aangelegd. Een warmtenet vraagt minder elektriciteit dan wanneer elke woning een eigen warmtepomp zou hebben. Dus een warmtenet draagt minder bij aan de piekbelasting op het net. Hierdoor is het minder snel nodig om het elektriciteitsnet in de wijk te verzwaren. Wil je weten of er bij jou een warmtenet komt? Zoek naar het plan van jouw gemeente in de TransitieVisie Warmtetool. (opent in een nieuw venster)

Meer uitleg over deze maatregelen lees je op de website van Milieu Centraal. (opent in een nieuw venster)

Minder verbruiken om netcongestie tegen te gaan

De overheid, netbeheerders en grootverbruikers werken hard aan het oplossen van netcongestie. Maar ook huishoudens kunnen meehelpen. Het belangrijkste is om energie te besparen. Dan hoeft er minder stroom over het net vervoerd te worden. Daarnaast is het goed om bewust je momenten van stroomverbruik te kiezen. Je helpt daarmee drukte op net te voorkomen. 

Wat is de beste tijd om stroom te gebruiken? 
Het is goed om stroom te gebruiken wanneer er veel groene stroom is. Dat is als de zon schijnt of als het hard waait. Want hoe meer groene stroom we direct verbruiken, hoe minder stroom opgeslagen moet worden. En dat scheelt ruimte en materialen 

Nu verbruiken de meeste mensen juist weinig stroom overdag of in de nacht. Dan is het aandeel groene stroom groter. De meeste mensen gebruiken juist veel stroom in de ochtend en de avond. Omdat iedereen op hetzelfde moment stroom gebruikt, is het heel druk op het stroomnet. Hierdoor moet op die momenten vaak extra stroom opgewekt worden met aardgas. Het aandeel van groene stroom daalt daardoor. Wat kan helpen, is om (waar mogelijk) stroom juist overdag of ’s nachts te gebruiken. Dan is het stroomnet vaak rustiger. Dus dan hoeft er minder extra stroom te worden opgewekt. 

Op de website van Milieu Centraal vind je tips op slim om te gaan met je energie die helpt tegen netcongestie. (opent in een nieuw venster)

Veelgestelde vragen

Inmiddels werken de overheid en netbeheerders al jaren aan de oplossingen voor netcongestie. Maar complexe problemen kosten wat tijd. Maar wat maakt deze problemen nou zo ingewikkeld?
Dat heeft een aantal redenen. Zo was het lang niet duidelijk dat we zo snel zoveel meer van het net zouden vragen. Dit komt door de verschuiving van gas naar elektriciteit bij verwarmen, koken en rijden. Maar ook door de verandering in flexibele en opwek dicht(er)bij van energie. De energiecrisis in 2021 versnelde dit.

Een andere reden dat netbeheerders lang niet aan de slag konden, is dat de regels waarbinnen zij moeten werken eerst moesten worden aangepast. Dit aanpassen kost tijd.

Ook geld speelt een rol. Er is in het verleden weinig geïnvesteerd in het vergroten van de capaciteit. Dan zouden de netbeheerkosten laag blijven. De noodzaak voor uitbreiding was toen ook nog minder groot. Later werd duidelijk dat het uitbreiden van het stroomnet echt belangrijk was. Maar toen was er te weinig geld om het net te verzwaren.

Netbeheerders werken er nu hard aan uitbreiding van het net. Dat kan niet overal tegelijk. Dit komt door onder meer een tekort aan voldoende personeel en materieel.

Dat is nog niet helemaal bekend. Het elektriciteitsnet wordt op sommige momenten van de dag veel zwaarder belast. Daar moet het net geschikt voor worden gemaakt. De kosten hiervan worden doorberekend in de netprijzen. Deze zullen dus stijgen. Dat zie je terug op je energierekening (opent in een nieuw venster). Daarnaast zijn er ook nog de kosten voor de levering van energie en met belastingen. Doordat het aandeel groene stroom stijgt, zal de stroomprijs zelf dalen.

De overheid en netbeheerders zijn momenteel druk bezig met het verzwaren van het stroomnet. Daarnaast werken zij aan andere oplossingen. Denk aan het uitbreiden van warmtenetten en het veranderen van wetgeving. Hierdoor krijg jij zo min mogelijk te maken van netcongestie. Lees meer over wat er wordt gedaan tegen netcongestie. (opent in een nieuw venster)

Ook huishoudens kunnen een bijdrage leveren. Het belangrijkste is om energie te besparen. Dan hoeft er minder stroom over het net vervoerd te worden. Daarnaast is het goed om bewust je momenten van stroomverbruik te kiezen. Je helpt daarmee drukte op net te voorkomen. Lees meer over wat jij kunt doen. (opent in een nieuw venster)

Het elektriciteitsnet bestaat uit netten met verschillende spanningsniveaus: het hoogspanningsnet, middenspanningsnet en het laagspanningsnet.

Over het hoogspanningsnet gaan grote hoeveelheden stroom van elektriciteitscentrales naar de steden en dorpen. Daarnaast zijn op het hoogspanningsnet de enorm grote verbruikers aangesloten. Denk aan bedrijven die veel energie nodig hebben, zoals grote fabrieken.

Het middenspanningsnet zorgt er voor dat de stroom in de woonwijken komt. Op dit net zijn ook grote bedrijven aangesloten, zoals ziekenhuizen en kantoorpanden.

Het laagspanningsnet is het net waarop de huishoudens en kleine bedrijven zijn aangesloten. Op dit net is er minder spanning, omdat er minder stroom nodig is.

Transformatoren verbinden de drie verschillende netten met elkaar. De transformatoren verhogen of verlagen de spanning. De netten zijn allemaal op elkaar aangesloten. Daardoor beïnvloeden ze elkaar. Is er netcongestie op het hoogspanningsnet? Dan krijgen het midden- en laagspanningsnet misschien niet genoeg stroom.

Groene stroom is duurzamer dan aardgas. Om klimaatverandering (opent in een nieuw venster) binnen veilige grenzen te houden, is het nodig om het gebruik van fossiele energie, zoals aardgas, tot bijna nul te verminderen. Aardgas is afkomstig uit fossiele energiebronnen. Dit zorgt voor veel CO2-uitstoot. Stroom kan afkomstig zijn vanuit verschillende bronnen: fossiele bronnen, maar ook hernieuwbare bronnen zoals wind en zon. Dit heet groene stroom. Op dit moment is nog niet alle stroom in Nederland groen: zo’n 50 procent. Maar het wordt steeds meer. In 2050 wil Nederland geheel aardgasvrij zijn. Verwarmen met en autorijden op stroom in plaats van aardgas zorgt nu al voor minder CO2-uitstoot.